Interclub Ronde 10 seizoen 2018-2019

Interclub Ronde 9
Mechelen 3 - ChessLooks Lier 1 1.5-2.5   
Mechelen 7 - ChessLooks Lier 2 1.5-2.5 
Mechelen 8 - ChessLooks Lier 3   2-2    

Afgelopen zondag werd alweer de 10de ronde van de interclub gespeeld. Alle ploegen mochten naar KMSK. Mechelen speelt sinds dit seizoen in een school, het Busleyden Atheneum, gelegen op de Bruul. Een grote en heldere speelzaal en een idem analyselokaal-annex-bar. Midden in het centrum en toch rustig gelegen. Een goed clublokaal. Dat echter geen enkele locatie helemaal ideaal is bleek ook nu toen de mensen van KMSK op het eind van de schaaknamiddag verschillende keren om stilte moesten komen vragen in het analyselokaal. Eenmaal hun partij voorbij veranderen analyserende schakers immers in bierverslindende en lawaaierige druktemakers :-)

De wedstrijd dan. Om een waterkansje op de titel te blijven maken moest er gewonnen worden. Als leider Leuven 2 twee keer verloor en wij wonnen twee keer dan sprongen we er aan de eindmeet nog net over. Ik weet het, vergezocht, maar je moet er in blijven geloven, niet?

Zelf zat ik - met de witte stukken - na 2 zetten al op onbekend terrein. Mijn tegenstander speelde het ‘Lets gambiet’, iets wat ik niet kende. Je zou denken dat je na 35 jaar schaken toch al het een en het ander gezien hebt, maar dan heb je daar na amper 2 zetten toch nog iets op je bord waar je nog nooit bij hebt stilgestaan… Ik offerde een pion om de zwarte koning in het centrum te houden en de stelling open te breken. Op dat moment kreeg ik een remiseaanbod. Een blik op de andere borden deed me besluiten om voort te spelen. Om een waterkansje op de titel te blijven maken moest er immers gewonnen worden. Dus speelde ik voort en demonstreerde eens te meer dat aanvallen echt mijn ding niet is… Ik kan het gewoon niet. Geef me een benepen stelling die in stukken en brokken aan elkaar hangt en ik zal me dubbelplooien met Gandalfs verbeten ‘thou shall not pass!!!’-mentaliteit. Hopeloze stellingen à la the Alamo verdedigen, da’s mijn ding. Een heroïsch standhoudende (en nog net iets vaker: tenondergaande) John Wayne met lopers in z'n holsters en pionnen aan z'n kogelriem, zeg maar. Geef me daarentegen een veelbelovende aanvalsstelling en ik zal er in 90% van de gevallen in slagen om meneer Wayne te veranderen in een bijziende mol met bokaalbrilglazen die stekeblind en uiterst vakkundig langs elke winstkans slalomt. Tot twee keer toe overzag ik een volstrekt logische zet die me in de problemen bracht. Na 26 zetten werden de handen geschud (en aan mijn kant ook het hoofd) en mochten de stukken terug in de doos. CLL1 op achterstand. (1-0)

De partij van Gunter dan. Ik laat ik hem zelf even aan het woord: De Engelse opening. Hoog tijd om de principes van deze opening onder handen te nemen, al is het voor de elorating van Patrick die nu weer noodgedwongen moet verder spelen :-) Na veel tijd te verbruiken mismeester ik alsnog de opening waarna ik, na weer lang nadenken, op zet 12 een dubieus kwaliteitsoffer doe. Nimzowitsch zei ooit: ”De pionnenstructuur is de ziel van de partij”. Ik neem zijn woorden iets te letterlijk… Het initiatief heb ik niet. Mijn enige hoop is dat mijn stelling niet onmiddellijk open te breken is en de torens van wit niet desastreus hun werk kunnen doen. De stelling gesloten houden en dat stomme wit paard dat mijn potentiële sterke loper blokkeert ondermijnen, dat wordt mijn volgende strategie. Mijn tegenstander wist echter geen raad met mijn cadeau en begint op zijn beurt vele tijd te verspelen en toch niet het juiste plan te vinden. Integendeel, tien zetten later heb ik eindelijk mijn positionele compensatie voor het kwaliteit, dankzij de hulp van mijn tegenpartij. En dan gaat het snel; bij elke zet wordt mijn stelling beter en beter. Nogmaals tien zetten verder wikkel ik af naar een gewonnen eindspel. Punt binnen. Eind goed al goed! (1-1)

Bij Willy zag het er de hele tijd vrij gelijk uit. Hij stond misschien een tikje beter, maar het was onvoldoende voor winst. Een alweer zichtbaar vermoeide Willy aanvaardde het remisevoorstel. (1,5-1,5)

Robbert moest met de witte stukken de meubelen dus (weer eens) redden. En hij deed dat ook, met verve. Na een minder begin kwam hij millimeter per millimeter beter te staan tot hij in het verre eindspel gewoon gewonnen stond: pion voor, actievere stukken, koning van de tegenstander afgesloten, ruim meer tijd op de klok. Toch was er nog een hoogst billenknijperig moment. Robbert speelde à tempo z’n paard naar d5, enkel gedekt door z’n koning op c4. Zodra hij z’n stuk losliet zag ik aan z’n reactie dat hij plots besefte dat zwart b5+ kon spelen, wat hem het paard zou kosten. De witte koning kon immers z’n paard niet blijven dekken. Na 0,683 seconde verscheen Robberts meest meesterlijke pokerface en werd zeer nadrukkelijk de andere kant van het bord bestudeerd :-) Gelukkig had ook z’n tegenstander enkel oog voor de andere kant van het bord en overzag hij het sterke antwoord. Robbert en uw dienaar haalden opgelucht adem. De rest van de partij was een fluitje van een cent voor onze jongste. (1,5-2,5)

Zo werd het dus toch nog een nipte zege. Tevergeefs echter want Leuven 2 won in Turnhout en kroonde zich daarmee tot kampioen. Proficiat.

Ook CLL2 won nipt met 1,5-2,5 en heeft in de laatste ronde genoeg aan een gelijkspel om zich tot kampioen te kronen.

En ook CLL3 haalde een mooi resultaat: 2-2 tegen Mechelen 8.

De laatste ronde van de interclub staat op 28 april op het programma. Weer een uitwedstrijd. Dan trekken we met alle ploegen naar Turnhout. Misschien om daar toch één titel te vieren?…

Patrick Verrijssen